Autoruiten krabben


Vooral in de herfst en in de eerste helft van de winter is de lucht vrij vochtig en komt de temperatuur ’s nachts geleidelijk lager te liggen. De kans stijgt dan ook dat u bij het krieken van de ochtend de autoruiten moet krabben. 

Tenzij een auto in een garage of onder een carport geparkeerd staat, is het een voorwerp dat erg snel afkoelt ten opzichte van zijn omgeving. Vooral onder een heldere hemel en bij niet al te veel wind kan de afkoeling snel gaan. Het krabben van autoruiten is met minimumtemperaturen onder nul en vochtige lucht dan ook vrij logisch te verklaren. Toch kan het ook zo zijn dat de ruiten bij nachtelijke temperaturen net boven het vriespunt toch ijsvrij gemaakt moeten worden.

Heldere hemel, weinig wind.

Hoewel het aardoppervlak ’s nachts geen warmtestraling van de zon ontvangt, is het wel zo dat de aarde ’s nachts warmte uitstraalt. De bodem koelt in de nacht dus af. Hangt er een laag bewolking dan zal dit minder zijn, want de wolken werken als een soort deken en houden de uitgestraalde warmte tegen. Is er echter geen wolkje aan de lucht dan zal de afkoeling extra snel gaan. De warmte die de aarde uitstraalt wordt niet tegengehouden en verdwijnt als het ware.

Ook de wind speelt hierbij een rol. Als de aarde bij weinig bewolking afkoelt, koelt daarmee ook de lucht erboven af. Omdat koudere lucht zwaarder is dan warmere, handhaaft juist de koudere lucht zich bij weinig wind vlak boven het aardoppervlak. Is er sprake van meer wind, dan zal er menging met andere luchtlagen plaatsvinden en dat tempert de afkoeling.

Bevriezing van ruiten

De meeste horizontale oppervlakten van de auto stralen het meeste uit en koelen dan ook het snelst af. Zo zal het dak van een auto als eerste bevriezen en zullen de voor- en achterruit snel volgen. Naast sterke afkoeling moet er bij bevriezing namelijk ook vocht voorhanden zijn. Nu is het zo dat de lucht in de herfst en bij aanvang van de winter over het algemeen vrij vochtig is en de temperaturen overdag en ’s nachts steeds verder omlaag gaan.

Twee soorten bevriezing

Er zijn echter twee soorten bevriezing. De eerste variant waarbij je de ijslaag gemakkelijk kan verwijderen treedt op als

 

de dauwpuntstemperatuur onder het vriespunt ligt. Is bijvoorbeeld de luchttemperatuur 3 graden en het dauwpunt -1 en komt de temperatuur van het auto-oppervlak onder die dauwpuntstemperatuur (bijvoorbeeld het auto-oppervlak wordt -2 graden) dan krijg je rijpvorming op de auto. In de faseovergangen sla je als het ware de vloeibare fase over. Je gaat van gas meteen naar vast. Dat wil zeggen dat er ijskristallen op de auto neerslaan en die veeg je gemakkelijk van de auto. De andere, minder leuke variant komt voor als de dauwpuntstemperatuur boven nul is. De auto koelt af tot onder het dauwpunt, maar nog niet tot onder nul. Er is sprake van condensatie en de auto wordt nat. Koelt daarna het auto-oppervlak nog verder af tot onder het vriespunt, dan vormt zich een gemeen laagje ijs op de auto die lastig te verwijderen is. Hier ga je dus van gas via vloeibaar naar vast.

Parkeert u uw auto echter onder een carport of in een garage is er niets aan de hand. Deze creëren namelijk een laagje stilstaande lucht en zoals u weet is dit een zeer goede isolator. Tevens wordt de uitstraling beperkt door de overkapping en dus ook de afkoeling. Hebt u geen garage of carport voorhanden, dan werkt een stuk karton op de voorruit ook prima.