Het begin van de herfst valt niet elk jaar op dezelfde datum, maar afwisselend op 22 of 23 september. Vanaf dat moment gaat de astronomische herfst in. Deze duurt vervolgens tot 20 of 21 december, wanneer de herfst overgaat in de winter. Vreemd genoeg kan het antwoord op de vraag wanneer de herfst begint verschillen. Het is maar aan wie je het vraagt en welke methode men gebruikt.
Het begin van de herfst is niet altijd in overeenstemming met je gevoel. Sommige jaren kan het tot diep in de herfst zomers aanvoelen en kunnen de temperaturen hoog blijven; andere jaren voelt het al als een gure herfst nog ver voordat de zomer ten einde loopt. Ook zijn het ene jaar bomen nog lang groen en het andere jaar niet. Ons gevoel is dus geen goede indicator van wanneer de herfst begint. Gelukkig zijn er wel goede methoden om te bepalen wanneer de herfst begint. De meest gebruikte methode om het begin te bepalen, is door te kijken wanneer de astronomische herfst begint. Bij de astronomische herfst bepalen we de start van de herfst aan de stand van de aarde ten opzichte van de sterren. Rond 21 september breekt het “herfstpunt” aan. Het herfstpunt is wanneer de positie van de aarde in haar baan precies tegenover de positie bij het aanbreken van de lente staat.
Alles bij elkaar zou je dus kunnen stellen dat het beste antwoord op de vraag “wanneer begint de herfst” ook echt 21 september is. De kans dat het weer dan ook echt aanvoelt als herfst en de natuur haar herfstkleuren heeft aangenomen, is een stuk groter dan op 1 september. De herfst is een wispelturige jaargetijde en kan gevoelsmatig van jaar tot jaar behoorlijk verschillen. Maar de meteorologische bepaling van de herfst is niet alleen de officiële methode, maar lijkt ook het beste aan te sluiten op onze beleving.
