September steeds zonniger


De eerste helft van september was zonnig met meer dan 110 zonuren. Vorig jaar kregen we de septemberzon  op 30 dagen tijd gedurende 193 uren te zien. Vooral in de maanden mei en september is de zon in de laatste jaren vaker te zien geweest.

Elke maand rapporteer ik onder andere in de maandelijkse overzichten over het weer. Vaak staat dan in het bericht of het zonniger dan wel somberder is geweest dan normaal. De ‘normaal’ is hierbij gedefinieerd als het langjarig gemiddeld aantal zonuren over het tijdvak 1981-2010. Als we naar de langjarige veranderingen in het aantal zonuren kijken, zien we verschillen met de periode 1989-2018. Vooral in de maanden mei en september. In de zomer zijn de veranderingen relatief klein.

We spreken over veranderingen en (nog) niet over trends. Om over een trend te spreken, is meer onderzoek nodig. Een langjarige trend naar meer zonuren in de zomer is wel in lijn met de klimaatscenario’s voor 2050 en 2085. Een mogelijke verklaring voor de langjarige toename in zonneschijn gedurende de zomer is dat de wind vaker uit (zonnigere) zuidelijke en oostelijke richtingen komt en minder vaak uit (meer bewolkte) noordelijke en westelijke richtingen. De overheersende windrichting bepaalt voor een belangrijk deel het aantal uren dat we de zon kunnen zien.

De nieuwe normaal over 1991-2020 zal vooral in mei en september gemiddeld meer zonuren laten zien. Als gevolg zullen de maand- en seizoenberichten minder frequent gaan berichten dat het zonniger is geweest dan normaal. Maar vermoedelijk zullen de meeste mensen het niet erg vinden dat meer zonuren dan gewoon (‘normaal’) wordt bevonden.